Home » Ameland » Karretrappen

Karretrappen

Als jongetje kwam ik begin jaren vijftig voor het eerst op Ameland. De reden hiervan was dat mijn tante tijdens een vakantie met vriendinnen verliefd was geworden op de boerenzoon van de boerderij waar zij logeerden. Aangezien de boerenzoon er hetzelfde over dacht trouwden ze en ging mijn tante Jantje Fielstra wonen bij mijn nieuwe oom Tjeerd Bakker.

Ik woonde in die tijd in Amsterdam en als stadsjongen ben ik in de loop van de eerste jaren verscheidene keren in de maling genomen door mijn oom en diens broers. Om de kost een beetje te verdienen mocht ik soms wel wat meehelpen bijvoorbeeld bij het binnenhalen van het hooi of de gewassen zoals rogge en haver. Het hooi werd in die tijd nog los opgehaald met paard en wagen. De op het land verzamelde hooihopen werden met de riek ‘opgestoken’ zoals dat heette. Degene die op de platte wagen werkte pakte het hooi met beide armen aan en verdeelde dat over de wagen. Omdat het los opgestapeld werd moest er wel een stevig bouwwerk van worden gemaakt om te zorgen dat alles er op bleef en veilig naar de boerderij kon worden gebracht.

Bij het opstapelen was er vast patroon. Eerst werden de hoeken van de wagen van een beste hoop voorzien, dan in het midden en vervolgens werden de nog openstaande gaten gevuld. Het was een zwaar en zorgvuldig werk en ging net zo lang door totdat de hoogte van een opstaande ladder van zo’n twee meter was bereikt. Dan werd er een forse houten paal over het hooi gelegd die onder de bovenste sport van de ladder klem werd gezet en achterop met een touw naar beneden werd getrokken en aan de wagen werd bevestigd. Als het goed gedaan was bleef het hooi keurig op de wagen liggen en werd het thuis op de boerderij in de schuur opgestapeld.

Het opsteken werd naarmate de wagen voller werd steeds moeilijker. Maar ook het opstapelen op de wagen moest zo recht mogelijk gebeuren. De vader van mijn oom, opa Bakker, was daar tot op hoge leeftijd een kei in. Hij was heel goed in het ‘karretrappen’ want zo heette dat werk.

Ik heb het later ook wel eens gedaan met een neef. Hij opsteken en ik karretrappen. Mijn gevoel voor recht omhoog was toen nog niet zo goed ontwikkeld want ik bouwde een keer scheef op. We trokken de paal zo strak mogelijk aan en hoopten het beste. Helaas, midden in het dorp schoof de bovenste helft er van af en waren wij, onder luid en duidelijk commentaar van de voorbijgangers, weer aan het opsteken en karretrappen.  Met een rood hoofd van de inspanning en schaamte.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *